Panos Genk

Het spook dat inflatie heet

In de loop van 2022 is de inflatie naar ongeziene hoogten gestegen. Maar wat betekent dat voor u? Waarom is er inflatie? En hoe gaat deze evolueren? De naweeën van de coronacrisis, de aanslepende Russische invasie in Oekraïne en natuurlijk de huidige energiecrisis spelen allemaal een rol in de puzzel.

Het spook dat inflatie heet

Het is uiteraard merkbaar aan de gasfactuur, maar net zo goed aan de kassabon van de supermarkt of de rekening van het tankstation: de prijzen van veel goederen en diensten rijzen de pan uit. De Belgische inflatie stijgt al maanden stelselmatig en in september werd het hoogste niveau sinds 1975 bereikt: 11,27%. Het Planbureau verwacht dat de inflatie vóór de jaarwisseling niet dramatisch zal dalen, maar over de situatie in 2023 zijn er wel al enigszins positieve geluiden waar te nemen.

Hoe komt het eigenlijk dat die inflatie aan zo’n stevige remonte bezig is? Daar zijn verschillende oorzaken voor aan te duiden. Een eerste factor zijn de ambitieuze economische heropstart en de prijsstijgingen na de coronacrisis: mensen konden opnieuw veel geld uitgeven, terwijl de aanbodzijde niet kon volgen door de lage transportcapaciteit en de schaarste aan cruciale componenten. Hoewel vraag en aanbod terug meer in evenwicht kwamen dankzij een heroplevende productieketting, zorgden twee structurele factoren ervoor dat de inflatie toch niet daalde – integendeel: de energiecrisis en de Russische invasie in Oekraïne.

Energiecrisis

Het hoeft geen betoog dat de energieprijzen gigantisch gestegen zijn. Energie kent momenteel een inflatie van maar liefst 60,54% en levert een bijdrage van 5,39% aan de totale inflatie. Eén reden waarom energie zo duur is geworden, is de wereldwijde transitie naar een groenere economie, met schone energiebronnen. Daardoor werden de investeringen in conventionele, fossiele brandstoffen de laatste jaren stelselmatig afgebouwd. De beschikbare groene energie volstaat vandaag echter nog niet om de totale vraag naar energie helemaal op te vangen, en zo laait het kernenergiedebat uit angst voor een zware winter andermaal op.

Maar een allicht nog belangrijkere reden voor de huidige prijsverhoging voor energie, is de Russische inval in Oekraïne, die onze olie-, gas- en stroomprijzen helemaal door het dak stuurde. Rusland is en blijft de belangrijkste gasleverancier van Europa, ongeveer 40% van onze aardgasbehoefte wordt door de Russen ingevuld. President Poetin gebruikte het dreigement om de gaskraan “dicht te draaien” de voorbije maanden meermaals als politiek drukkingsmiddel (en als antwoord op de westerse sancties). De onzekerheid hierrond bleek an sich al ruim voldoende om de prijzen de hoogte in te jagen. Hoewel Rusland haar energie-inkomsten nodig heeft om de oorlog te financieren, werden bepaalde gasleidingen de voorbije weken en maanden toch (tijdelijk en/of deels) afgesloten.

In oktober bereikte de gasprijs een ietwat lager peil. De angst voor winterse tekorten milderde door de aanwezige voorraden en het zachte herfstweer, maar de situatie blijft onzeker. Dat de gasprijs 10% de hoogte in schoot nadat het nieuws over de lekkende Nord Stream-leidingen bekendgemaakt werd, is een duidelijke indicator van de broosheid van de huidige energiemarkt. Doordat de wereldeconomie vertraagde, daalde overigens ook de olieprijs opnieuw. Het oliekartel OPEC besliste echter samen met zijn bondgenoten, waaronder Rusland, om via een verlaging van de olieproductie terug een hógere olieprijs te bekomen.

De Russische invasie heeft trouwens een nog bredere prijsinvloed dan enkel op gas en olie. Zo produceert Rusland ook veel grondstoffen die van groot belang zijn voor onze automobiel- en technologiesector. Rusland en Oekraïne zijn samen tevens goed voor een kwart van de wereldwijde tarwe-export: doordat die aanvoer stilviel, verhoogden de prijzen, en de bijzonder precaire graandeals tussen Rusland en Oekraïne bleken niet altijd even succesvol als gehoopt. De stijgende energieprijzen oefenen bovendien een rechtstreekse invloed uit op de voedselprijzen.

Looninflatie

Nog een laatste structurele component die we willen aanhalen, is de gestegen kans op een looninflatie. Door de krapte op de arbeidsmarkt in sommige sectoren en streken worden werkgevers gedwongen om hun lonen op te trekken, om zo de nodige arbeidskrachten in huis te halen. Die gestegen lonen worden op termijn onvermijdelijk doorberekend aan de consument, in de vorm van gestegen prijzen. Die gestegen lonen spelen trouwens nog op een andere manier de inflatie in de kaart, in de vorm van de zogenaamde loon-prijsspiraal. Dat is het fenomeen waarbij gestegen lonen leiden tot hogere bestedingen, wat de inflatie aanwakkert, wat op zijn beurt weer tot hogere lonen leidt… Een soort oneindige spiraal die maar lastig te doorbreken is.

Volgens de laatste inschattingen mogen sectoren met één loonindexering per jaar in januari 2023 een indexering van meer dan 10% verwachten, en voor juli 2023 is het niet ondenkbaar dat daar nog twee procentpunten zullen bijkomen. Ook in sectoren die gebruikmaken van een spilindex, voorziet men een snelle opeenvolging van indexeringen met een gelijkaardig eindresultaat. Dat zijn historische cijfers.

Rente

Naast de stijging van de loonkost resulteerde de torenhoge inflatie in een historische en ingrijpende stijging van de rente, met als doel het afkoelen van de economie. De Europese Centrale Bank (ECB) voerde al twee renteverhogen door en de derde zit eraan te komen (in totaal plus 1,75%), in het eerste kwartaal van 2023 zou de ECB de basisrente zelfs verhogen naar 2 à 2,25%. Ter vergelijking: van 2016 tot dit jaar stond de basisrente in de Eurozone op 0%, waardoor spaarboekjes jarenlang welgeteld 0,11% opbrachten, het wettelijke minimum.

De verhogingen van de basisrente betekenen niet (per se) dat spaarboekjes aantrekkelijker worden, want daarvoor moet ook de spaarrente opgetrokken worden. Dat is niet volkomen onrealistisch, aangezien de banken nu opnieuw inkomsten innen voor het ondergebrachte geld van spaarders.

Stagflatie

De voorspellingen omtrent de economische groei in de Eurozone werden opnieuw naar beneden toe bijgesteld. Doordat de renteverhogingen – dus ook die van hypotheken, leningen en schulden – een recessie met zich mee kunnen brengen en doordat de inflatie de komende jaren wel zou zakken maar zich nog steeds op een vrij hoog niveau zou situeren, bestaat het risico op stagflatie. Dat is het fenomeen waarbij zowel de economie stagneert als de inflatie hoog is. De bijhorende stijging van de grondstofprijzen en de daling van de koopkracht leidt dan weer tot een daling van de consumptie en van de economische groeicijfers. Dat brengt op zijn beurt werkloosheid met zich mee. Het is een scenario dat we al sinds de jaren zeventig van de vorige eeuw niet meer hebben meegemaakt.

Daling van de inflatie in 2023

Om in te schatten wat 2023 brengt, is de evolutie van de energiecrisis essentieel. Wanneer de paniek in de markt verdwijnt, kan de economie terug opveren. De langetermijncontracten die vandaag worden afgesproken tussen energieleveranciers en hun klanten, schetsen een positief verhaal. Dat kan er volgens experts namelijk op wijzen dat de inflatie de komende jaren verder zal dalen. Ook uit de productieprijsindex, een goede indicator van de inflatie voor de consument, kunnen we gunstige lessen trekken: in augustus was er voor het eerst in jaren een daling van die index. Bovendien blijkt uit onderzoek dat bedrijven tegenwoordig minder de neiging hebben om prijsverhogingen door te voeren voor hun klanten.

Het Federaal Planbureau verwacht een voorlopig laatste inflatiepiek in oktober 2022, maar de verdere vooruitzichten klinken behoorlijk positief*. De inflatie zou in 2023 dalen naar 6,5%, met in het najaar mogelijk een afname richting 3%. Ter vergelijking: in 2021 bedroeg de gemiddelde inflatie 2,44%, tegenover 0,74% in 2020. Of de voorspellingen voor 2023 standhouden, wordt eind 2022 duidelijk, maar een aangekondigde afkoeling van de inflatie kan alvast voor de nodige financiële inspiratie zorgen.

Lange termijn

In het huidige klimaat kunnen macro-economische gegevens ons doen geloven dat de markten hun aantrekkingskracht zullen blijven verliezen. Voor een langetermijnbelegger kan het periodiek opbouwen van een portefeuille echter goede kansen bieden, omdat het groeiherstel weer op gang komt zodra de inflatiecijfers door de verschillende onderdelen van de economie zijn geabsorbeerd. Ook kunnen monetaire en fiscale stimuleringsmaatregelen worden verwacht. Hoewel een sterke dollar nadelig kan zijn voor de producten die wij importeren, kan de dollar nuttig zijn voor bedrijven die in niet-Amerikaanse markten, zoals Japan, de eurozone en de Britse FTSE100, aan de dollar zijn blootgesteld.

Voor bedrijven die gevoeliger zijn voor veranderingen in de economie (KMO's) zullen loonstijgingen een groter risico vormen dan renteverhogingen en financiële kosten. Bedrijfsselectie, in de context van loonstijgingen, zal ertoe leiden dat wij sectoren als kapitaalgoederen, zakelijke en professionele diensten en auto's vermijden. En natuurlijk zullen wij onze portefeuilles opbouwen rond bedrijven die in staat zijn de prijzen te verhogen zonder al te veel winstmarge te verliezen.

Zelfs als het economische klimaat moeilijk blijft, mogen we niet vergeten dat de markten altijd anticiperen op economische cycli en daarom kan slecht economisch nieuws op korte termijn omslaan in een marktkans op middellange tot lange termijn.


Reageren


250 formules

Matchen

Passende selectie

Persoonlijk

Direct contact

Gratis