Voor gehuwde ondernemers is dat een belangrijke uitspraak. Want zelfs wanneer aandelen tot je eigen vermogen behoren, kan de waardestijging ervan tijdens het huwelijk gevolgen hebben voor het gemeenschappelijk vermogen.
Waarover ging de zaak?
Een koppel, gehuwd sinds 2002 onder het wettelijk stelsel, ging in 2022 uit elkaar. Kort na het huwelijk richtte de man met eigen gelden een BV op. De aandelen van die vennootschap behoorden daardoor tot zijn eigen vermogen.
Beide echtgenoten werkten voltijds voor de vennootschap en ontvingen daarvoor een vergoeding. Tijdens het huwelijk nam de waarde van de aandelen toe.
Bij de vereffening-verdeling na de echtscheiding ontstond discussie over die waardetoename. De centrale vraag: aan wie komt de meerwaarde op de eigen aandelen toe die tijdens het huwelijk werd opgebouwd?
Wat besliste het Grondwettelijk Hof over de meerwaarde op eigen aandelen?
Het Grondwettelijk Hof vertrekt van een belangrijk onderscheid.
Aandelen die met eigen middelen zijn gefinancierd – bijvoorbeeld met geld van vóór het huwelijk of middelen uit een erfenis of schenking – blijven in principe eigen aan die echtgenoot.
Ook de meerwaarde op die aandelen volgt in principe dat "eigen" karakter.
Toch is daarmee niet alles gezegd.
Beroepsinkomsten behoren tot het gemeenschappelijk vermogen
Onder het wettelijk stelsel vallen beroepsinkomsten namelijk in het gemeenschappelijk vermogen. Oefent een echtgenoot zijn beroepsactiviteit uit via een eigen vennootschap, dan mag dat huwelijksvermogensrechtelijk niet nadeliger uitvallen voor de huwgemeenschap dan wanneer diezelfde beroepsactiviteit "buiten" de vennootschap zou worden uitgeoefend.
Concreet betekent dit dat er een vergoeding aan het gemeenschappelijk vermogen verschuldigd kan zijn. Het gaat dan om een geldsom die overeenkomt met de inkomsten die de gemeenschap redelijkerwijs had moeten ontvangen als de beroepsactiviteit niet via de vennootschap was uitgeoefend.
Een belangrijke nuance is dat die vergoeding in principe ook de meerwaarde op de aandelen kan omvatten wanneer die waardestijging dankzij de beroepsactiviteit tijdens het huwelijk is ontstaan.
Wat betekent dit voor gehuwde ondernemers bij een echtscheiding?
Veel ondernemers oefenen hun activiteit uit via een eigen vennootschap, bijvoorbeeld een managementvennootschap. Voor hen bevat het arrest een belangrijke boodschap: de keuze om via een vennootschap te werken, verandert de spelregels van het wettelijk huwelijksvermogensstelsel niet automatisch.
Ook wanneer de aandelen eigen blijven, kan het gemeenschappelijk vermogen dus recht hebben op een financiële compensatie als de aandelen tijdens het huwelijk in waarde zijn gestegen door de beroepsactiviteit van een van de echtgenoten binnen de vennootschap.
Bij de vereffening-verdeling na een echtscheiding kan die vergoeding vervolgens mee in het gemeenschappelijk vermogen terechtkomen. In de praktijk zal de meerwaarde dus doorgaans 50/50 worden verdeeld tussen beide echtgenoten.
Vooral relevant als je inkomsten in je vennootschap laat zitten
Het arrest is in het bijzonder relevant voor gehuwde ondernemers en vrije beroepen die hun beroepsinkomsten (gedeeltelijk) in hun vennootschap laten zitten in plaats van ze uit te keren als loon, tantième of dividend.
Je aandelen kunnen met andere woorden eigen blijven. Maar als je beroepsinkomsten tijdens het huwelijk gedeeltelijk in je vennootschap ‘oppot’ en dat zich vertaalt in een stijging van de waarde van je aandelen, kan de huwgemeenschap bij de ontbinding van het huwelijksstelsel aanspraak maken op een vergoeding.
Wil je graag meer weten of heb je nood aan gespecialiseerd advies? Neem contact op met de specialisten van Vandelanotte.