Loola - Augustus/September/Oktober

GeoConsulting : Naar modulaire, schaalbare en gedeelde huisvesting

Wat als onze huisvesting wendbaarder en “socialer” zou worden om in te spelen op deze veranderingen in onze behoeften?

Je start met het huren een kleine studio, dan verhuis je naar een appartement voor twee personen, vervolgens koop je (idealiter) een huis voor je gezinnetje en tenslotte ga je voor je oude dag mogelijk terug naar een appartement in de stad of naar een service-flat. Tot voor kort was dit het typische immobiliën-’traject’, waar bovendien ook nog steeds de meeste immobiliënprojecten op gebaseerd zijn.

Momenteel willen jongeren echter niet meer in een krappe studio wonen, lopen levenslopen vaak anders dan vroeger en kwijnen steeds meer ouderen weg omdat ze eenzaam zijn. Wat als onze huisvesting wendbaarder en ‘socialer’ zou worden om in te spelen op deze veranderingen in onze behoeften?

FLEXIBELERE CONSTRUCTIES, WAAROM EN HOE?

Appartementen

Een huis kopen is voor een groot deel van de bevolking moeilijk geworden. Vele mensen wenden zich daarom tot appartementen. Deze zijn echter niet ontworpen om flexibel te zijn, terwijl we leven in een tijdperk van scheidingen, gemengde gezinnen, wisselende voogdij, cohousing ... Als gevolg daarvan wonen veel gezinnen in appartementen die qua grootte, indeling of prijs niet bij hun situatie passen.

Er moet daarom worden overgestapt op meer flexibele huisvesting met perspectieven. Waarom geen modulaire wooneenheden creëren? Zet bijvoorbeeld een T2-flat naast een T1, en plan in dat ze vrij gemakkelijk kunnen worden samengevoegd tot een T3. Dat betekent natuur- lijk dat de bouwmethoden volledig moeten worden herzien, maar anderzijds is aanpasbaarheid ook wel een garantie voor een lange levensduur van een gebouw.

Huizen

Huizen staan vaak wat meer flexibiliteit toe, maar binnen bepaalde grenzen:

  • Na het vertrek van de kinderen blijven ouders vaak achter met te grote huizen (zie ook kangoeroewoningen hieronder)
  • Omgekeerd kan het in een klein compact huis soms even benauwd aanvoelen als in een appartement. Dit was vooral merkbaar tijdens de lockdowns toen de woonkamers werden gebruikt als coworking-ruimte, speelkamer, yogastudio enz.

De oplossingen

  • Huizen zouden idealiter een extra kamer moeten hebben. Deze zou dan een hybride functie krijgen, afhankelijk van het tijdstip van de dag of de occasionele behoeften (b.v. logeerkamer).
  • Als het budget het niet toelaat kan het interessant zijn om de leefruimten anders in te richten, met «hoekjes» die voor deze verschillende functies kunnen worden gebruikt.
  • Een andere oplossing, geïnspireerd op ge- groepeerde huisvesting (zie hieronder), is het plannen van projecten met gemeenschappelijke ruimten. Dit is bijzonder geschikt voor ruimten die we per definitie slechts af en toe nodig hebben. Dit maakt privéruimte vrij voor meer reguliere behoeften.
  • Tenslotte kan de bouw van een huis zelf modulair worden opgezet: er zijn al concepten met een grote hoofdkamer waaraan eigenlijk zoals bij lego extra kamers kunnen worden toegevoegd. Wordt het gezin groter dan verwacht? Dan hoef je niet te verhuizen, je kan gewoon een kamer toevoegen.

GEDEELDE HUISVESTING: COLIVING, COHOUSING, KANGOEROEWONEN

1) Kangoeroewoning

In een kangoeroewoning wonen verschillende generaties samen onder één dak. Voor beide partijen ligt het belang in de vermindering van de huisvestingskosten, alsook in de sociale band en de wederzijdse hulp die door het samenwonen ontstaan. Er zijn verschillende formules:

  • Een bejaarde die alleen woont in een woning die te groot is geworden, verhuurt een deel ervan aan een student, een koppel of een ge- zin. In deze (meestvoorkomende) gevallen is de bejaarde de eigenaar of de verhuurder van het pand.
  • Heel soms gaat het ook om een familie die een bejaarde in huis neemt.

2) Cohousing of gegroepeerd wonen

Cohousing, ook wel «centraal wonen» of «gedeelde huisvesting» genoemd, bestaat al enige tijd.

  • Meestal gaat het om een groep mensen die een geschikt gebouw of meerdere gebouwen voor het concept vinden. Zij financieren dan zelf de renovatie en/of ontwikkeling.
  • Deze projecten omvatten altijd gedeelde ruimten en regels om gemeenschappelijk samen te leven.
  • Cohousing richt zich tenslotte op mensen van alle leeftijden en op zowel eigenaars als huur- ders.

3) Coliving

Cohousing en kangoeroewoningen zijn voornamelijk projecten die door particulieren worden opgezet. Coliving, daarentegen, trekt vooral jonge professionals aan. Deze projecten worden vaak geïnitieerd door projectontwikkelaars of startende bedrijven, eventueel in samenwerking met projectontwikkelaars. Zo is er bijvoorbeeld Cocoonut, een Luxemburgs coliving-bedrijf waarmee wij in november 2021 een workshop hebben gehouden.

Voor Cocoonut gaat coliving verder dan een eenvoudige huuraccommodatie.

  • In de eerste plaats beschouwen zij huisvesting als een dienst. Je betaalt geen huur meer, je betaalt voor een pakket met een totale dienstverlening, een beetje zoals in een hotel, maar dan met een ‘house manager’ die zorgt voor het welzijn van de gemeenschap.
  • Het gebruik van vierkante meters wordt geoptimaliseerd. Hierdoor komt ruimte vrij (vooral op de benedenverdieping) om diensten aan te bieden die zelfs de rest van de buurt ten goede kunnen komen. Dit maakt coliving tot een multifunctioneel project zoals wij dat graag zien
  • De filosofie van het delen is vervolgens erg belangrijk: coliving gaat over samenleven en het delen van middelen: een bibliotheek, een fitnessruimte, fietsen ...

Wat coliving onderscheidt van samenwonen is de georganiseerde dienstverlening (een enorm voordeel), in tegenstelling tot het informele karakter van samenwonen, dat vaak tot spanningen leidt. Tot slot is het de flexibele oplossing bij uitstek, met een contract dat maandelijks kan worden verlengd in plaats van een formeel huurcontract.

Volgens Cocoonut heeft coliving nog veel potentieel, vooral omdat deze oplossing op verschillende manieren kan worden toegepast:

  • Er kan worden nagedacht over oplossingen die het midden houden tussen coliving en traditioneel huren, met bijvoorbeeld de huur van ongemeubileerde accommodatie, maar met meer flexibele contracten.
  • Hoewel coliving momenteel vooral gericht is op 25- tot 35-jarigen, staat niets in de weg dat soortgelijke concepten ook voor ouderen of zelfs senioren worden ingezet, mits deze aan hun behoeften worden aangepast.

Ten slotte kunnen colivingruimten worden ingericht op leegstaande plaatsen zoals hotels, kantoren ... Jammer genoeg worden vergunningen voor colivingprojecten nog steeds geval per geval verleend, bij gebrek aan een duidelijk wetgevend kader. Dit is een concrete doelstelling die in de nabije toekomst moet worden verwezenlijkt.

CONCLUSIE

Wij hebben het hardnekkige gevoel dat we niet genoeg ruimte hebben, maar een deel van het probleem is dat onze ruimte niet optimaal wordt benut. Op dit moment zijn de gebouwen in totaal voor 30% bezet, want afhankelijk van het tijdstip van de dag of de week zijn we op verschillende plaatsen. Sommige plaatsen hebben slechts één functie, en zijn zo onderbenut of blijven zelfs ongebruikt.

We moeten daarom enerzijds chronotopische ruimten bedenken: ruimten die afhankelijk van het moment gewijd zijn aan verschillende activiteiten, in onze steden, maar ook op kleinere schaal in onze gebouwen en onze huizen. Anderzijds moeten onze leefruimtes en dus ook onze vastgoedprojecten evolueren in de richting van meer flexibiliteit. Naar onze mening bestaat er niet één enkele oplossing, maar wel een veelheid van oplossingen (waaronder degene die we hierboven hebben beschreven) die het probleem gedeeltelijk aanpakken

Een residentieel project? Het bepalen van de fijnmazigheid van uw project is essentieel als u wil inspelen op nieuwe maatschappelijke vraagstukken en uit- dagingen en op de verwachtingen van nieuwe gebruikers.

Neem contact op met één van onze experten.

Nathalie Andry

Your retail and Mixed-Use Advisor

+32 (0)495 63 65 80

nathalie.andry@geoconsulting.eu


Reageren


250 formules

Matchen

Passende selectie

Persoonlijk

Direct contact

Gratis