VVPRbis-dividenden: roerende voorheffing stijgt van 15% naar 18%
Tot vandaag kunnen kleine vennootschappen dividenden uitkeren onder het VVPRbis-regime tegen een verlaagd tarief van 15% roerende voorheffing, op voorwaarde dat de uitkering gebeurt vanaf het derde boekjaar na de inbreng.
Vanaf 1 juli 2026 stijgt dit tarief naar 18%.
Wat betekent dit concreet?
- Dividenden die uiterlijk op 30 juni 2026 worden uitgekeerd of betaalbaar gesteld, blijven genieten van het tarief van 15%.
- Dividenden die vanaf 1 juli 2026 worden uitgekeerd of betaalbaar gesteld, zijn onderworpen aan een tarief van 18%.
TIP! Kleine vennootschappen die nog van het gunstiger tarief van 15% willen profiteren, kunnen overwegen om vóór 1 juli 2026 een interim- of tussentijds dividend uit te keren. Bespreek dit tijdig met jouw accountant.
Liquidatiereserves
Ook voor liquidatiereserves voert de wetgever een verhoging van de roerende voorheffing door. Het huidige tarief van 6,5% voor uitkeringen na een wachttermijn van drie jaar stijgt naar 9,8%. We geven hieronder een overzicht van de correcte tarieven inzake de roerende voorheffing.
Liquidatiereserves aangelegd in boekjaren die eindigen op of vóór 30/12/2025
- 20% RV voor dividenden toegekend vóór een wachttermijn van 3 jaar
- 6,5% RV voor dividenden toegekend na een wachttermijn van 3 jaar, maar minder dan 5 jaar
- 5% RV voor dividenden toegekend na een wachttermijn van 5 jaar
Liquidatiereserves aangelegd in boekjaren die eindigen op of na 31/12/2025
- 30% RV voor dividenden toegekend vóór een wachttermijn van 3 jaar
- 9,8% RV voor dividenden toegekend na een wachttermijn van 3 jaar (dit tarief was voorheen 6,5%)
Antimisbruikbepaling
De wetgever wil ook constructies tegengaan waarbij ondernemers of bedrijfsleiders hun vennootschap laten vereffenen om liquidatiereserves fiscaal voordelig uit te keren en vervolgens dezelfde activiteiten opnieuw opstarten via een nieuwe vennootschap.
Daarom wordt een specifieke antimisbruikbepaling ingevoerd.
Wat zijn de gevolgen?
In dergelijke situaties kunnen de ontvangen dividenden alsnog belast worden als roerend inkomen in de personenbelasting.
De bedrijfsleider moet de ontvangen liquidatiereserves zelf aangeven in de daarvoor voorziene codes van de aangifte personenbelasting, afhankelijk van het toepasselijke tarief van roerende voorheffing (30%, 20%, 9,8%, 6,5% of 5%).
Wanneer geldt de antimisbruikbepaling niet?
De regeling is niet van toepassing wanneer:
- de activiteit pas na een periode van minstens drie jaar wordt hervat; of
- de belastingplichtige kan aantonen dat de verrichte handeling economisch verantwoord is en niet gericht is op het verkrijgen van een fiscaal voordeel.