Burger King - Leuven / Ninove - 08/02-08/03/2021

Mogelijkheden om te experimenteren met arbeidsregels

We moeten met z’n allen meer en langer aan de slag en bovendien moeten de jobs werkbaar, duurzaam en tegelijkertijd ook flexibel zijn. Om dit allemaal te verwezenlijken, wil minister van Werk Kris Peeters aan de sectoren en de bedrijven een `menu` van mogelijkheden bieden om te gaan experimenteren met arbeidsregels die afwijken van de bestaande wetgeving. Ook nieuwe regelgevingen zullen worden uitgewerkt.

  • Over welke thema’s gaat het?
  • Loopbaanrekening
  • Autonome medewerkers
  • Plus minus conto
  • Vertrouwenspersonen
  • Inventaris verloven
  • Vrijwillige overuren
  • Plaats- en tijdsonafhankelijk werken en occasioneel telewerk
  • Uitzendarbeid voor onbepaalde duur
  • Transitievergoeding
  • Mobiliteitsbudget
  • Loopbaanrekening

Het idee achter de loopbaanrekening is dat de werknemer in overleg met zijn werkgever verlof neemt als hij het nodig heeft. Hierdoor bepaalt hij zelf de intensiteit van zijn loopbaan (meer of minder werken in functie van zijn privéleven). De werknemer zou zo een deel van zijn vakantiedagen kunnen opsparen om deze opgespaarde vakantiedagen over de jaren en de verschillende werkgevers heen op een latere datum te kunnen opnemen. In dit kader zal de cao nr. 103 inzake tijdskrediet in principe herbekeken worden.

Ook over het "loopbaansparen" – een gelijklopend concept - zijn er besprekingen. Het loopbaansparen laat toe om geld te sparen over werkgevers heen om zo loopbaanintervallen zelf te betalen.

Autonome medewerkers
Hier gaat het over een nieuw sociaal statuut dat het midden houdt tussen dat van werknemers en dat van zelfstandigen. Het gaat hier over de zogenaamde freelancers, personen die graag voor verschillende werkgevers werken.  Deze wil men beter omkaderen door hen een wettelijk statuut te geven.

Plus minus conto
Dit is een systeem dat momenteel reeds bestaat in de automobielsector en dat variaties toelaat in het uurrooster van de werknemers rekening houdend met de fluctuaties in de productie. Op deze manier heeft men de mogelijkheid om tot 10u per dag en tot 48u per week te werken zonder dat er overloon verschuldigd is. Langere werkweken worden opgevolgd door periodes met korte werkweken. De gemiddelde wekelijkse arbeidsduur moet bereikt worden over een periode van maximum 6 jaar.

Vertrouwenspersoneel
Het gaat hier over het koninklijk besluit van 10 februari 1965 tot aanwijzing van de personen met een vertrouwenspost voor wat betreft de toepassing van de wet op de arbeidsduur. Wanneer  men in het Belgische arbeidsrecht overuren presteert, dan geeft dit recht op overloon en inhaalrust. Deze regel geldt echter niet voor een limitatieve lijst van vertrouwenspersoneel opgenomen in dit koninklijk besluit. Dit koninklijk besluit is echter verouderd en beantwoordt niet meer aan de realiteit van de sectoren en bedrijven. Het is dus dringend aan vernieuwing toe, maar op maat van de sectoren/bedrijven.

Vrijwillige overuren
Bedoeling is hier om de arbeidswet die overuren enkel toelaat in specifieke gevallen (zoals buitengewone vermeerdering van het werk, onvoorziene noodzakelijkheid,…) en mits naleving van bepaalde procedures, meer flexibel te maken, zodat het voor de werknemers gemakkelijker zal worden om overuren te presteren.

Inventaris verloven
Men wil een inventaris opstellen van alle bestaande verloven zoals ouderschapsverlof, palliatief verlof, adoptieverlof,… om deze enerzijds te vereenvoudigen, en anderzijds na te gaan waar uitbreiding wenselijk is. Dit moet uiteraard ook budgettair bekeken worden.

Plaats- en tijdsonafhankelijk werken
Dit houdt in dat de werknemer zelf kan kiezen wanneer en waar hij het best werkt. Hierbij zijn niet langer meer de gepresteerde uren van belang, maar wel het resultaat. Om dit te realiseren is er een éénvormig kader voor telewerk en huisarbeid nodig. Op deze manier komen we tot een vorm van occasioneel telewerk in plaats van structureel. In dit kader zal de cao nr. 85 inzake telewerk herbekeken worden.

Uitzendarbeid van onbepaalde duur
Uitzendarbeid wordt geregeld door de wet van 24 juli 1987 en houdt in dat het uitzendbureau (de werkgever) de uitzendkracht (de werknemer) ter beschikking stelt van een bepaald bedrijf (de gebruiker) om daar tijdelijke arbeid te verrichten. Via uitzendarbeid van onbepaalde duur wil men aan de ene kant de mogelijkheid geven aan de werkgever om arbeidskrachten flexibeler in te zetten, en aan de andere kant aan de uitzendkracht meer financiële zekerheid bieden.

Transitievergoeding
Hier zal de bestaande verbrekingsvergoeding die een werknemer krijgt wanneer hij ontslagen wordt zonder een te presteren opzegtermijn, worden omgevormd in een transitievergoeding. Het doel hiervan is om werknemers die ontslagen worden, sneller opnieuw aan de slag te krijgen. Door de bestaande verbrekingsvergoeding om te vormen in een transitievergoeding waarvoor een gunstig fiscaal en sociaal regimezal gelden en dit voor zowel de oude werkgever, de nieuwe werkgever als de werknemer zelf, wil men bepaalde obstakels voor een snelle wedertewerkstelling wegnemen.

Mobiliteitsbudget
Dat België één grote mobiliteitsknoop is, hoeft geen verder betoog. Via het mobiliteitsbudget wil men er voor zorgen dat elke werknemer een budget krijgt, dat hij zelf beheert om in functie van zijn eigen behoeften zelf te kunnen kiezen met welke vervoersmiddelen hij zich verplaatst. Op deze manier wil men er voor zorgen dat de werknemer zijn bedrijfswagen rapper laat staan en kiest voor alternatieven zoals fiets, openbaar vervoer, autodelen,… . Om dit aantrekkelijker te maken, wil men het mobiliteitsbudget uitsluiten uit het loonbegrip en dit budget sociaal en fiscaal op dezelfde manier gaan behandelen.

Maar ook nog…
Dit najaar zal er een evaluatie van de cao nr. 104 betreffende het werkgelegenheidsplan voor oudere werknemers plaatsvinden.
In de Nationale Arbeidsraad worden momenteel twee wetsontwerpen rond glijdende uurroosters[1] en deeltijdse arbeid[2] bekeken.
Daarnaast liggen ook enkele voorstellen tot preventie van stress en burn-out en de opmaak van sectorale preventieplannen op tafel.

Hoe zal dit concreet gebeuren?
Omdat de nood aan flexibiliteit verschillend is naargelang de activiteitensector (de bouwsector heeft bijvoorbeeld andere noden dan de distributiesector of de dienstensector), wil minister Peeters de bal in eerste instantie in het kamp van de sociale partners leggen. Ze moeten zich nog dit voorjaar uitspreken over dit plan, zodat tegen de zomer een wetsontwerp ingediend kan worden in de Kamer dat vervolgens in het najaar goedgekeurd kan worden.

Bedoeling is inderdaad om dit dan mee op te nemen als basis voor de besprekingen rond het Interprofessioneel Akkoord 2017-2018, waarbij dit verder meegenomen wordt in de sectoronderhandelingen. Op die manier heeft men de mogelijkheid om het werk af te stemmen op maat van de werknemer, maar wordt dit ook sector per sector bekeken en onderbouwd en opgevolgd door de sociale partners. Zo zal telewerk bijvoorbeeld geen oplossing bieden in de bouwsector, maar wel voor de dienstensector.


Reageren


250 formules

Matchen

Passende selectie

Persoonlijk

Direct contact

Gratis